Fietsend zakt de moed mij
in de banden, de uitgeperste lucht,
mijn longen leeg.
Ik passeer de Rietveldlaan waar de herfst haar entree heeft gedaan
en schaduwfiets
over nat goudgeel blad.
Links, kromgebogen over het verleden, zoekt een vrouw
onderin de tas, de gedachte als in een afsluitbaar zakje
voorgesneden oud.
Rechts vier rammen op een rij gretig gras etend,
de blauwe stippen de rug toegekeerd.
Alles jeukt gewoon.