
Marcel Pol, De Ruimtevaarder
Olieverf, acrylverf op canvas, 50 x 30 cm, 2003
Terwijl ik op mijn knieën op de grond lig om onder de keukenkastjes de gaten te dichten waar de buizen van de vloerverwarming de keuken binnenkomen, heb ik spijt. Spijt dat ik heb toegezegd om op de reünie te komen van het café-restaurant waar ik jaren geleden heb gewerkt.
Buiten de groepsapp om, waar ik nog geen reactie had gegeven, kreeg ik nu de vraag of het me ging lukken bij de reünie te zijn in januari. Thanks alvast voor het antwoorden. Ja, ik denk dat ik kom. Leuk!! Ik zal je in de groepsapp laten staan. Ja doe dat maar. Nee zeggen, altijd lastig voor een Weegschaal.
Ik heb een hekel aan reünies. Tenminste, dat heb ik besloten. Maar waarom eigenlijk? Ik ga ze uit de weg en ben wat dat betreft geen ervaringsdeskundige. Waarom zie ik er zo tegenop? Ik heb het idee dat ik terug in de tijd moet gaan, gesprekken moet gaan voeren met terugwerkende kracht, terwijl ik hier ben en niet daar.
Om de gaten in de muur onder de kastjes te dichten, heb ik gisteravond toch die bus PUR gekocht, een eigen merk montageschuim. Het staat me ontzettend tegen dit te gebruiken met zijn zeer krachtige HFK’s, ofwel fluorwaterstoffen. Veel sterker dan CO2 en erg bevorderlijk voor de opwarming van de aarde. Moet ik hier iets tegenoverstellen wat het eerdere gebruik van schelpen, houtvezel en leem overtreft? Kan ik niet ergens mijn impact op het klimaat compenseren, mijn schuld afkopen? Toch een duurder merk?
Die gaten krijg ik anders niet dicht. Ja, ik kan een tube beter-voor-het-milieu-afdichtingskit kopen. Die moet dan weer ergens uit Brabant komen, of dichterbij, maar in ieder geval per post. Ik kwam toch langs de Hornbach, op de fiets nog wel. Dat scheelt een boel verpakkingskosten, diesel en CO2 uitstoot van de zoekopdrachten die ik zou doen in Google om te kijken of het toch nog ergens goedkoper besteld kon worden, die goed-voor-het-milieu-afdichtingskit.
Het was ontzettend helder gisteravond. Voorbij de Hornbach recht voor mij uit de zeven sterren van het steelpannetje, een onderdeel van de Grote Beer. Een sterrenbeeld dat altijd boven de horizon te vinden is. Het pannetje is zijn achterlijf, de steel de staart.
Een beer weet als geen ander dat zelfredzaamheid eerst komt. Focust eerst op zichzelf om daarna aan anderen te denken. Is daarmee die bus PUR verantwoord? Dat is iets voor morgen. Ik hoef het niet te gebruiken. Ik kan het altijd nog terugbrengen. En anders, snel leegmaken, snel weggooien, snel vergeten.
‘Met dit berichtje wil ik jullie allemaal uitnodigen om een gezellig weekend samen te zijn en oude herinneringen op te halen en te genieten van winterse activiteiten met lekker eten en drinken.’
De uitnodiging van eind september alweer. Ik krijg de kriebels van de woorden gezellig, genieten en lekker. Waarom moet dat allemaal in één zin?
De PUR zwelt behoorlijk op. Iets te veel gebruikt, maar dan is die bus maar leeg en restjes bewaren is vaak niet heel zinvol. De gaten zijn in ieder geval dicht. Nu kan ik de vloer onder de keukenkastjes verder isoleren met de restanten houtvezelplaat die we nog hebben liggen en kunnen de plinten ervoor. Die koude-stroom onder de keukenkastjes door moet maar eens afgelopen zijn.
‘Op uw knietjes, meneer De Korte! Ook helemaal achterin onder de kastjes op de vloer moet het schoon.’ De meneer van de Keuringsdienst van Waren deed onverwachts een bezoek aan het restaurant waar ik destijds in de keuken werkte. Al vroeg in de ochtend, we waren nog niet open. Ik knoopte mijn laatste knoopjes dicht van een net gewassen koksbuis en zag mijn collega met gekromde vingers de keuringsman de gasoven in kijken. De Keuringsdienst van Waren (KvW) was een Nederlandse overheidsinstantie die toezicht hield op de veiligheid van producten. Later werd het de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA). Bij een waarschuwing is het gebleven.
De herinneringen zijn begonnen. Herinneringen, waar details verloren zijn gegaan en de gaten in het verhaal worden opgevuld met andere details, of soms met een enkele bus PUR, voor als je het echt niet meer weet. Opgeblazen als verstikkende dichte mist.
Wat is een reünie eigenlijk en waar is het goed voor? Zittend op de vloer met mijn rug tegen de koelkast aan, kijk ik naar de lege plek waar de vaatwasser heeft gestaan. Ik trek mijn scherm en vraag het Gemini, de chat-tool van Google.
Een reünie is een bijeenkomst van mensen die in het verleden vaker samen zijn geweest en toen een groep vormden, maar nadien uit elkaar zijn gegaan. Denk bijvoorbeeld aan een schoolklas die elkaar na jaren weer ziet, of collega’s van een bedrijf dat opgeheven is. Redenen om een reünie te houden kunnen variëren, maar vaak spelen nostalgie of een speciale gebeurtenis zoals een jubileum een rol.
Net als de familiebijeenkomsten waar ik dan wel ervaring mee heb. Eens in de zoveel jaar en ik beland achteraf altijd in een enorme grote leegte. Het gevoel van vallen in die grote leegte beangstigt me. Het is nogal wat daar weer uit te komen. Die leegte lijkt het gebied waar de verandering heeft plaats gevonden, waar ik in een vrije val stuurloos rond-tuimel. Kennelijk lukt het me slecht daar uit te komen. Terwijl eigenlijk alles om je heen voortdurend verandert, zou die ruimte gevuld moeten zijn. Dat gaat niet vanzelf.
Vullen met gezelligheid?
Een gezellig persoon is een aangenaam, genoeglijk persoon om mee om te gaan. Een beer is solitair en heeft niets en niemand nodig. Zelfredzaamheid staat voorop, dan pas is de beer in zijn element.
Vullen met herinneringen?
Ik herinner me de laatste familiebijeenkomst. We wilden weggaan, voor het donker thuis zeg maar. Speciaal voor ons waren er vegetarische en voor mij melkeiwitvrije hapjes geregeld. En het eten zou ook zo komen. Een half uur later zaten we aan de zelfgebakken friet met melkvrije mayo.
Vullen met lekker eten dan? De steelpan vullen met gehaktballen in jus?
Volgens Wittgenstein, de taalfilosoof, heb ik een ladder nodig in die ruimte, een ladder die je kunt gebruiken om een nieuw inzicht te bereiken. Als je de ladder eenmaal beklommen hebt, kun je hem achter je weggooien. Ik denk aan de staart van de Grote Beer. Een echte beer heeft geen grote staart, maar de Grote Beer heeft juist een lange staart. Mijn ladder, waar ik in kan klimmen en zo kan ik misschien een beetje kracht, moed en vertrouwen van de beer overnemen.
De ik in De Mitsukoshi Troostbaby Company, het boek van Auke Hulst heeft het beter voor elkaar:
“De eerste keer dat ik in Japan was […] had ik zo sterk het idee gehad op een andere planeet te zijn geland dat ik me direct thuis voelde. […] Het was een prettig soort onthechting, de gewichtloosheid van de val. Daar waar je toch al ‘de ander’ was, kon je alles zijn, alles behalve ‘iemand van hier’, en dat beviel me.”
Ik krijg vertrouwen en beklim de Grote Beer. In Frankrijk noemen ze hetzelfde sterrenbeeld De Braadpan, in Finland is het een Visnet. Ik ga voor de gedachte uit de VS, The Big Dipper. Met de juslepel in de goed gevulde pan even roeren in de gezelligheid en herinneringen, opscheppen en verdelen over de toegeschoven borden in een ruimte vol mensen. Ik krijg er bijna zin in.
Het is één uur. Ik kom overeind uit de keuken, maak me klaar voor het laatste teamuitje van ons Broodfonds, het Broodfonds Boven Groningen, waar de beer delen kan. Op de uitnodiging staat:
Een muzikale gezelligheid. We gaan djembeeën.
Ik pak de witte helm van mijn dochter, haar reserve helm. En rij haar Vespa uit de schuur. Ik heb nog 15 minuten.