Vanaf de ring van Groningen draai ik de A28 op en de deken van mist sluipt mijn hoofd binnen. Het overvalt me. Ik herken het gevoel en slik het weg. Het is nu ongeveer twee weken grijs, donker en vochtig. Pas vandaag heb ik er last van. Is het omdat ik precies dezelfde weg rij die ik anders op dinsdag van mijn werk naar huis rij? Op dit tijdstip maar dan in tegenovergestelde richting? Is het de tijd van het jaar?
Het is midwinter. De langste nacht van het jaar is net geweest. Morgen is het kerst.
De tijd lijkt in een wachtstand te staan en het zou beter zijn dat ik daarin meega. Even wachten op de tijd, waarin veel dingen vaak net even anders worden.
Ik zet de radio iets harder. Standaard staat bij ons in de auto NPO klassiek afgesteld. Daar waar doorgaans weinig gesproken wordt, weet ik niet wat ik hoor:
‘Het leven is als een kerstboom. Je hebt ballen nodig om er wat van te maken’.
Huh?
Direct de cd-knop ingedrukt waar al maanden dezelfde cd in zit, deels uit nood omdat hij er niet uit wil, deels uit gemakzucht en luiheid om er geen ander in te stoppen op de momenten dat de cd er wel uitkomt. Het oude apparaat heeft geen mogelijkheid verbinding te maken met welke streamingsdienst dan ook. Maar ook dan zal ik waarschijnlijk hetzelfde album grijs beluisteren. De hoge noten van Johannes Sigmund, van Blaudzun. Muziek met ballen?
Mannen met ballen, de Noormannen, Kelten, Batavieren en Germanen, ik zie ze lopen met hun knotsen en speren, rennend in hun tradities en feesten. De Germanen hadden al goed door hoe het werkte. Ze zagen de zon stilstaan en de nachten lang blijven. Het wiel van het jaar leek vast te zitten.
Met uitbundige vuren en feesten werd de geboorte van het licht gevoed en het wiel van het jaar weer in beweging gebracht zodat de dagen weer zouden lengen. Het Zonnewendefeest, het Joelfeest, duurde 12 dagen en ging in vanaf de eerste volle maan na de zonnewende, na de langste nacht. Het vuur moest blijven branden, het duister werd verjaagd. Zo werd er ruimte gemaakt voor terugkeer van de zon.
In stilte joel ik mee met de gitaar van Jacobus, de broer van Johannes, hard krijsend, uit volle borst en zet de verwarming van de auto iets hoger. Als het leven een kerstboom is, op welke tak begeef ik mij dan? Moet ik tijdig de piek bereiken? Waarom moeten er ballen in? Mag het niet wat platter?
Tijdens het Joelfeest werden woningen versierd met groen blijvende takken van dennenbomen en hulst, als symbool van het overleven van de duistere, doodse wintertijd. Versierd met appeltjes, een gespieste appel aan een speer bovenin. De kerstboom vindt haar oorsprong.
Onze kerstboom is van hout. Het hart, de stam is een 2,5 m lange stok ooit gevonden door mijn vriendin tijdens een wandeling in het bos met Sem, onze eeuwige jachthond. Ze wilden hem meenemen maar hij was een maatje te groot. Ik heb het later met de auto opgehaald. De takken zijn op maat gezaagde latten die er elk jaar net even anders aangeschroefd worden. De schroeven elk jaar dikker en langer. Waar gaat dat eindigen, denk ik elk jaar weer.
Het leven als een kerstboom?
Als ik denk aan ballen denk ik aan voetballen, gehaktballen en kerstballen. Ik denk aan de ballen die ik nodig heb. Niet alle ballen hoeven hoog te hangen. Ik begin op de onderstak van onze niet echte kerstboom, naast de glazen bal en het gevulde kerstkransje met gekleurde spikkels. Hoger komen lijkt me beter, als ik nu val lig ik op de grond. De glazen kerstballen zijn kwetsbaar. Toch maar weer die lelijke pingpong-kerstballen uit de container vissen die na twintig keer stuiten zo weer ongeschonden de boom in konden?
De lichte helling van de tweede tak. Ik houd mij vast aan het snoer met lichtjes, in de slipstream van de kerstman in zijn auto, waar het licht voortdurend brand, op weg naar de piek. Elk jaar kochten we iets voor in de kerstboom. Na de kerstman in zijn auto werd het een engel op de fiets.
Tussen de corona-bal en een biljartbal lookalike, een verlaten slee. Waar zijn de rendieren? Ik kijk om mee heen of ik ze regens zie rondrennen.
De Kerstman met zijn slee getrokken door rendieren door de lucht, cadeaus bezorgend, als offers voor in het vuur, De Wilde Jacht tijdens het Joelfeest. Wodan rijdt door de lucht op Zijn paard gevolgd door een leger van de Andere Wereld, vergezeld door jachthonden en andere jachtdieren. Ik hoor Sem er duidelijk boven uit. Dolgelukkig. Ze joegen op de wolf Fenrir, die de zon wilde opslokken waardoor het donker zou blijven. Sem zou met de wolf willen spelen, de rendieren uit de boom kijken.
Het lijkt hier een knikkerbaan. Gekleurde balletjes en lichtjes, blije gezichtjes, wissels, hefbomen, loopings en springschansen. Ik neem het olifantenpad en slinger mij een weg naar boven.
De takken worden korter, de piek komt dichterbij. Het leven in een kerstboom. De ballen als manen, de lichtjes als sterren. Het wiel gaat weer draaien. Over het vallen maak ik me geen zorgen. Was ik een engel of een ster, dan was vallen helemaal niet erg. Ik zou vliegen en wensen. Ik zou in ieder geval met hoge snelheid gaan en in de atmosfeer van de Aarde terecht komen. Voor de zekerheid dan die mistige deken maar uitrollen op de grond. Als ik val, val ik zacht.
Voor zes januari, de dertiende dag van het Joelfeest, zit alles weer in de doos. In de hoek van de bijkeuken zie ik de tennisballen van Sem liggen. Ik zoek de mooiste uit en doe die in de doos met de kerstspullen.